‘Zonder commercie geen profvoetbal?’

Door Michel Hollander | Overige

feb 21 2017

Auteur Michel Hollander van Profvoetbalpraat:

Nederlandse profclubs zouden eigenlijk zelf hun eigen broek moeten kunnen ophouden, maar door de hoge salarissen is dat bijna onmogelijk. Daar komt bij dat deze salarissen naar verhouding met het buitenland laag zijn. 

Michel Hollander interviewde talloze voetbalexperts voor zijn boek ‘Bijna buitenspel’ en onderzocht waarom de commercie te veel macht krijgt in het profvoetbal. En wat de weg omhoog zou moeten zijn.

Commercie heeft altijd bij het voetbal gehoord en kan zelfs bijdragen aan de identiteit van een club, vindt Hollander. Immers, merchandise kan het clubgevoel vergroten. Het gevaar ligt op de loer wanneer deze vorm van commercie onvoldoende blijkt om de clubkas gevuld te houden. De verleiding kan ontstaan om in zee te gaan met (buitenlandse) investeerders, die een club vooral als een investering zien die geld moet opleveren, in plaats van een club die er moet zijn voor zijn supporters. In zo’n situatie kan de identiteit juist op het spel komen te staan.

Tegenwoordig valt het eerder op als een club op eigen kracht kan voortbestaan, dan wanneer de gemeente of een investeerder bij financiële tekortkomingen de redder in nood is. Enkele feiten op een rij:

  • Gemeenten lijken in Nederland niet eensgezind als het gaat om financiële steun aan voetbalclubs.
  • Voor traditionele clubs als Haarlem en Veendam is het doek al gevallen.
  • Beleidsbepalers zien tegenwoordig steeds vaker kansen om hun club uit handen te geven aan een investeerder die nog nooit van de club heeft gehoord.

Maar zijn dit wel kansen? Clubs zitten vaak in een spagaat: spelerssalarissen zijn soms astronomisch hoog, maar als dit wordt teruggebracht naar een lager niveau, raken we onze spelers nóg eerder kwijt aan buitenlandse clubs.

‘Wees geen speelbal van zakenlui’

We kennen in Nederland een aantal voorbeelden van clubs die zijn verkocht, waarbij het niet goed is uitgepakt. Aan de andere kant: zonder deze overnames hadden deze clubs waarschijnlijk niet overleefd. Het is dus belangrijk om te voorkomen dat clubs in een situatie belanden dat er geen redden meer aan is en ze een speelbal worden voor op louter winst beluste zakenmensen. Daar moet meer toezicht op komen. Er moeten heldere regels voor worden gemaakt en die moeten worden nageleefd.

 ‘Het gaat mis bij de verdeling’

Het verschil in de opbrengsten van tv-rechten tussen ons en de landen om ons heen is enorm. Het is echter een gegeven dat door de markt wordt bepaald en waar niets aan te doen is. Op zich is hier ook niets mis mee, want je zou kunnen zeggen: ‘Hoe meer geld er wordt verdiend aan voetbal, hoe beter.’

Het gaat mis bij de verdeling van de pot. De grote clubs (in Nederland) en de grote voetballanden krijgen een onevenredig deel uit die pot. Op deze manier worden de verschillen niet alleen in stand gehouden, maar zelfs vergroot. De UEFA moet zijn regels over deze verdeling aanpassen en echt gaan staan voor financial fair play. Nu zijn deze regels teveel erop gericht om zoveel mogelijk geld te laten terugvloeien naar de grote clubs.

Boek Bijna buitenspel

Voor zijn voetbalboek ‘Bijna buitenspel’ interviewde Hollander 21 bekenden uit de voetbalwereld. De Commercie, de macht van het geld, is één van de thema’s in zijn boek. Sjaak Troost, Edward Sturing, Kees van Wonderen, Danny Hesp, Adri van Tiggelen en Arno Vermeulen over dit thema.

SJAAK TROOST: ‘Wat zou Moulijn hebben gedacht?’

Sjaak Troost

Het vercommercialiseren van het voetbal speelt al jaren. Het is simpel: als de salarissen niet zo hoog waren, hoefden clubs ook niet zo commercieel te zijn. De torenhoge salariskosten kun je niet terugverdienen met alleen de inkomsten van seizoenskaarten en daardoor wordt veel binnen een club commercieel benut. Als de grootverdieners bij een club een ton inleveren, dan is dat nog een druppel op een gloeiende plaat. Middelmatige spelers verdienen tussen de vijf en zeven ton per jaar. Dat is écht absurd.

Wat zou Coen Moulijn hebben gedacht? Die verdiende 40.000 gulden per jaar en hij werd in 1955 door Feyenoord voor 28.000 gulden gekocht van Xerxes. Dat waren natuurlijk andere tijden. We moeten nu vooruitkijken, maar het is een feit dat de vercommercialisering helemaal is ontspoord in het voetbal.

EDWARD STURING: ‘Uitkijken dat voetbal niet als een sinaasappel wordt uitgeperst’

In de tijd van Sport7 zat ik in de centrale spelersraad van Nederland en toen zag je de commercialisering in het voetbal al toenemen. De romantiek is er wel een beetje af. We moeten ervoor uitkijken dat het voetbal niet wordt misbruikt door de commercie. Het voetbal moet de basis blijven en daar verdient de commercie z’n geld mee. We zitten op een grens en ik ben bang dat de voetballerij als een sinaasappel wordt uitgeperst en in de prullenbak gaat als het op is.

KEES VAN WONDEREN: ‘De macht van het geld is bepalend’

Kees van Wonderen

Spelers ontkennen het vaak, maar geld is de belangrijkste reden om de eredivisie te verruilen voor een grotere club in het buitenland. Daarnaast willen ze zich met de besten meten en op het hoogste niveau spelen. Er zijn ook veel spelers in Nederland die niet per se het hoogste niveau hoeven te halen in het buitenland, maar voor een club kiezen waar ze veel speelminuten kunnen maken. En bij een buitenlandse club uit het rechterrijtje verdienen ze al véél meer dan bij een club uit de Nederlandse subtop. Het is de macht van het geld en dat zal de komende jaren niet veranderen.

DANNY HESP: ‘De verleiding uit het buitenland’

PSV heeft in de CL laten zien dat het redelijk het niveau aankan van een aantal grote clubs uit Europa. De tijd zal leren of dit incidenteel was, want als PSV tegen Manchester United een topwedstrijd speelt, kan het niet zo zijn dat je deze vorm niet hebt tegen laagvliegers in de eredivisie. PSV is afhankelijk van welke spelers naar het buitenland vertrekken en wat de middelen zijn om goede spelers aan te trekken of jeugdtalenten te laten doorstromen. Die dingen zijn bepalend om de concurrentie aan te gaan met de grotere clubs in Europa.

Veel spelers zouden best in Nederland willen blijven voetballen, maar als zij een goede aanbieding krijgen uit het buitenland, is de keuze snel gemaakt. Misschien valt de Israëlische competitie best wel mee en kun je daar goed verdienen, terwijl we in Nederland denken dat het daar helemaal niks is. Marco Van Ginkel deed het erg goed bij Vitesse, maar is daarna in het buitenland niet geslaagd. Ik kan me de gedachte van zo’n speler wel voorstellen: ‘Ik doe het goed bij Vitesse, ik ben jong en sterk in mijn groei en het niveau bij Chelsea ligt hoger, waardoor ik me kan optrekken aan de betere spelers. En er staat een véél hoger salaris tegenover.’ Vitesse had kunnen zeggen: ‘We bieden je een goed contract aan voor drie jaar’, maar elke speler heeft een financieel plaatje in zijn hoofd en heeft de vrijheid van bewegen. Waarom zou een speler bij een Nederlandse club een contract voor vijf jaar tekenen als hij in het buitenland véél meer kan verdienen?

Toen Ajax in ’95 de CL won, was het niveauverschil tussen de Nederlandse clubs ten opzichte van clubs in Europa niet zo groot als nu. Ajax had spelers die allemaal stuk voor stuk fantastisch konden voetballen. Ze waren jong, maar hadden wel ervaring en een goede mentaliteit en voetbalinzicht. Ajax speelde in ’95 al als de Nederlandse voetbalschool: creatief voetbal en altijd op zoek naar oplossingen. Dus niet de nadruk op fysieke kracht en terughoudend spel. De drang om naar voren te voetballen. Je moet wel de spelers hebben die dat kunnen uitvoeren en Ajax had in ’95 zo’n lichting. De bal werd bijna nooit breed gespeeld, maar altijd vooruit.

Jonge spelers met deze kwaliteiten zie je tegenwoordig niet meer terug op de Nederlandse velden. In deze periode bleven spelers ook langer bij hun club. Er wordt tegenwoordig véél meer gescout, er worden meer spelers gekocht en verkocht.

KEES VAN WONDEREN: ‘Sponsoring? Alleen op een gezonde manier’

Door commercie wordt voetbal gezien als een investeringsbedrijf. Het is voor clubs interessant om geld in jonge talenten te steken die doorverkocht moeten worden om de begroting weer sluitend te krijgen. Er wordt meer gekeken naar winst en opbrengsten in plaats van het opbouwen van een goed elftal. Nederlandse clubs worden vaker gerund als een economisch model, waarbij het van belang is dat er transfers worden gedaan. Commercie op het gebied van sponsors komt het voetbal alleen maar ten goede, mits het op een gezonde manier gebeurt.

ADRI VAN TIGGELEN: ‘Overnames zijn niet meer weg te denken’

Adri van Tiggelen

Je kunt op verschillende manieren kijken naar commercie in het voetbal. Er is geen club die buiten sponsorgeld kan. De overnames van Vitesse door Chelsea en ADO Den Haag door meneer Wang leveren ook geld op voor de clubs, maar dat is een andere vorm van vercommercialisering in het voetbal. Het wordt voor clubs steeds moeilijker om op eigen kracht het hoofd boven water te houden, waardoor in de toekomst overnames of andere constructies niet meer zijn weg te denken. Het biedt kansen voor clubs om niet af te haken, maar we hebben bij FC Twente gezien hoe het kan misgaan. Daarom is het blijven investeren in de jeugdopleiding ontzettend belangrijk.

ARNO VERMEULEN: ‘Krankjorum als je die bedragen hoort’

Engeland groeit natuurlijk écht boven alle andere competities uit. De nummer laatst in Engeland verdient veruit meer aan televisierechten dan Ajax, Feyenoord en PSV, maar de UEFA kan moeilijk de Premier League verplichten om geld af te staan aan de andere competities. Het is werkelijk krankjorum als je die bedragen hoort, maar dat komt doordat Sky en British Telecom, die de rechten gekocht hebben, daar idiote bedragen voor hebben betaald. Zij betalen miljoenen per wedstrijd en daardoor wordt het gat voorlopig alleen maar groter.

De UEFA moet daar zeker in de Champions League wat aan doen. In de Champions League werkt het zo dat het bedrag dat bijvoorbeeld PSV krijgt bij winst lager ligt dan wanneer bijvoorbeeld Manchester City wint. De uitkering die een club krijgt uit de pot van de CL is ook nog eens verbonden aan wat er aan televisierechten uit diverse landen binnenkomt. Afgelopen jaar haalde zelfs Barcelona veel minder geld uit de Champions League-pot dan een Engelse club die veel eerder uitgeschakeld was. Dat komt doordat Spanje veel minder aan tv-rechten betaalt voor de Champions League dan Engeland. Daar maak je de verschillen al groter mee.

De UEFA verkoopt rechten van de Champions League en haalt in Engeland veruit de grootste pot op. Er is dus ooit afgesproken dat dit voor een deel weer terugvloeit naar de clubs uit Engeland die deelnemen aan die Champions League. Daar zou je echt vanaf moeten, zodat bijvoorbeeld PSV een keer in een jaar als ze echt ver komen in de CL, veel meer geld gaan verdienen dan nu. Dat zou ook veel eerlijker zijn. Clubs uit kleinere landen, waar minder geld is, krijgen dan meer kans. De UEFA zorgt er met dit systeem juist voor dat de rijke clubs rijker en rijker worden.

In Engeland zijn mensen bereid om héél veel geld per maand te betalen om voetbal te kijken op televisie. In Nederland zijn er maximaal 600.000 mensen die een abonnement hebben op Fox. Al jaren probeert Fox op allerlei manieren dat aantal te vergroten, maar dat lukt bijna niet. In Engeland hebben mensen geen broek aan hun kont en moeten ze aan het einde van de maand kijken hoe ze het met het eten doen, maar dat abonnement op BSkyB staat niet ter discussie en wordt gewoon elke maand betaald. 100 tot 150 pond per maand betalen ze om sport te kunnen kijken.

SJAAK TROOST: ‘Wij zijn een opleidingsinstituut voor de buitenlandse subtop’

In Nederland maken talenten steeds sneller de overstap naar het buitenland. Voor het niveau van het Nederlandse voetbal zou het goed zijn als clubs een talent twee jaar langer kunnen behouden, zodat je een nieuw talent uit de jeugd hebt klaarstaan dat zonder problemen in de A-selectie kan instromen. Helaas werkt het niet zo, doordat er een groot contract ligt te wachten bij een buitenlandse club. Het duurt twee of drie jaar voordat een nieuw talent een ‘volwassen’ speler wordt en een steunpilaar is in het elftal. Als zo’n speler op z’n top is, vertrekt hij alweer naar het buitenland. Wij zijn een opleidingsinstituut voor de buitenlandse subtop. Nog niet eens voor de top.

Memphis was niet te houden bij PSV, maar er stond blijkbaar ook geen jeugdspeler klaar om hem op te volgen. Spelersmakelaars spelen daarin ook een grote rol. Zij denken: ‘Het is nu het moment om te cashen.’ De clubliefde die er vroeger wél was, is tegenwoordig ver te zoeken. De verschillen in salarissen met het buitenland zijn gewoon te groot geworden. Spelers komen in een hele andere wereld terecht. In Nederland worden spelers redelijk verwend en denken ze dat ze zich meer kunnen permitteren omdat ze boven het gras uitgroeien. Als een toptalent in Engeland gaat voetballen, zijn de orders van héél andere aard en wordt er meer van je verwacht.

ARNO VERMEULEN: ‘De speler is weg voordat hij een band heeft met de supporters’

Vitesse is doorverkocht aan Maasbert Schouten, voormalig voorzitter van Vitesse, en niemand kon daar meer wat aan doen. Schouten heeft geld gemaakt en het maakte hem helemaal niet uit aan wie hij die club verkocht. Niemand had daar dus nog grip op en dat is levensgevaarlijk. Het is verbazingwekkend: elk seizoen staat er weer een prima nieuw elftal en Vitesse zou bij elke thuiswedstrijd bijna een uitverkocht Gelredome moeten hebben. Het probleem is dat de supporters zich niet meer met de spelers en de club identificeren. Met Theo Janssen hadden de supporters een band. Maar nu is de speler alweer vertrokken voordat ze die band hebben opgebouwd. We moeten oppassen dat we in dat opzicht niet té negatief over Vitesse gaan praten, omdat het bij elke club een handelshuis is. Bij alle profclubs in Nederland zie je over het algemeen een té snel verloop van voetballers.

Bij de thuiswedstrijden van Vitesse zouden minimaal 5.000 supporters meer moeten zitten in het Gelredome, maar ze komen niet. Vitesse speelt elk seizoen voor de plaatsen tussen vijf en acht, wat gewoon prima is, maar nog belangrijker: ze spelen elk seizoen hartstikke leuk en aantrekkelijk voetbal. Je merkt wel dat als de club in handen komt van mysterieuze mensen, je het gevoel hebt dat de supporters verwijderd raken van de club.

Over de Auteur